De ARBO-wet en tuinverenigingen

Sinds 1 januari 2007 is de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) in beginsel niet meer van toepassing op vrijwilligers. Alleen als er ernstige risico’s aanwezig zijn, blijven de Arbovoorschriften wel van toepassing. En voor vrijwilligers die tot de kwetsbare groepen behoren, blijven een aantal aanvullende voorschriften gelden. Daarnaast blijven vrijwilligersorganisaties op basis van hun zorgplicht verantwoordelijk en aansprakelijk voor veilige en gezonde werkomstandigheden voor hun vrijwilligers. In het Burgerlijk Wetboek (artikel 7:658) staat beschreven dat de werkgever (lees: de vereniging) aansprakelijk is als hij/zij toerekenbaar te kort schiet in de zorgverplichting. Omdat er geen sprake hoeft te zijn van een arbeidsovereenkomst, vallen ook stagiaires en vrijwilligers hieronder.

 

ARBO handleiding

Om te komen tot een veilige en gezonde werkplek dient het bestuur op de hoogte te zijn van de arbeidsrisico's. Hiervoor heeft het AVVN een handige RI&E (Risico Inventarisatie & Evaluatie) module ontwikkeld. Deze AVVN-Arbohandleiding is op te vragen bij het AVVN. Ook al is een vrijwilligersorganisatie niet meer verplicht om de RI&E in te vullen, toch geeft deze module een goed beeld van de meest voorkomende arbeidsrisico's op het tuincomplex en welke beheersmaatregelen genomen kunnen worden.

Veilig werken met de bosmaaier

Geregeld maken we gebruik van machines op de tuinvereniging. Om de heggen te snoeien of het gras te maaien. Hiervoor worden diverse machines ingezet. Gebeurt dit op een veilige manier? Zijn de leden bekend met de arbeidsrisico's? Is de tuinvereniging aansprakelijk als er een ongeval gebeurt?
 
Specifiek voor het onderhouden van de slootkant heeft Mireille de Groot een Arbo-onderzoek gedaan naar het veilig maaien van de slootkant met de bosmaaier, in het kader van haar studie Veiligheidskunde.
 
Waar gehakt wordt vallen spaanders. Als dit leidt tot letsel of schade is dat heel vervelend en dat wilt u zoveel mogelijk voorkomen. De tuinvereniging heeft in het kader van de Arbowet een zorgplicht. Zodra het bestuur algemene onderhoudswerkzaamheden opdraagt aan de leden, is het bestuur verantwoordelijk voor veilige en gezonde werkomstandigheden voor hen.

 

Arbohandleiding

Om te komen tot een veilige en gezonde werkplek dient het bestuur op de hoogte te zijn van de arbeidsrisico's. Hiervoor heeft het AVVN een handige RI&E (Risico Inventarisatie & Evaluatie) module ontwikkeld. Deze AVVN-Arbohandleiding is op te vragen bij het AVVN. Ook al is een vrijwilligersorganisatie niet meer verplicht om de RI&E in te vullen, toch geeft deze module een goed beeld van de meest voorkomende arbeidsrisico's op het tuincomplex en welke beheersmaatregelen genomen kunnen worden.


Arbozaken bespreekbaar maken

Het bestuur maakt arbo bespreekbaar in de bestuursvergadering. Wenselijk is 1 bestuurslid verantwoordelijk te maken voor arbozaken. Dit bestuurslid onderhoudt contact met de verantwoordelijke voor algemene onderhoudswerkzaamheden en stelt zich op de hoogte van de dagelijkse praktijk, organiseert voorlichting en instructie voor leden, verstrekt persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) en is een vraagbaak voor zijn leden. De leden dienen op hun beurt de veiligheidsinstructies op te volgen, PBM te dragen en onveilige situatie te melden.
 

Maaien met de bosmaaier aan de slootkant

Het maaien van een natuurlijke slootkant, begroeid met gras en oeverplanten (zonder houten beschoeiing) is niet eenvoudig. Het werkterrein loopt schuin af in de sloot, kan nat zijn en het werkterrein is onstabiel door kuilen in het gras. Toch zijn er beheersmaatregelen te nemen.
 

Een goed begin is het halve werk

Maak het werkterrein toegankelijk door takjes, steentjes en ander hard vuil op te ruimen. De bosmaaier heeft een toerental van 600 km/ uur. Door deze hoge snelheid kan hard vuil opspatten. De bediener van de bosmaaier of omstanders kunnen geraakt worden, met name het oog is kwetsbaar. Draag altijd een gelaatsscherm en veiligheidsbril.
 

Let op lawaai en trillingen van de bosmaaierrbohandleiding

In de Arbowet geldt dat de werkgever bij een geluidsniveau van boven de 80 dB gehoorbescherming moet aanbieden. Met name de oudere bosmaaiers produceren veel geluid. (in het onderzoek van Mireille de Groot 96 dB). Gehoorbescherming is verplicht. De trillingen van de bosmaaier zijn behoorlijk. Bij langdurig trillingen kun je vermoeid raken, hoofdpijn krijgen en zijn de vingers gevoelloos. Werk niet langer dan 1 uur achtereen met de bosmaaier, neem pauze en werk niet langer dan 3 uur op een dag.
 

Opleidingen en trainen van vrijwilligers

Geef voorlichting over de arbeidsrisico's en het gebruik van de machine. Mireille de Groot heeft een 5-pagina’s tellende geïllustreerde werkinstructie ter beschikking gesteld. Hier zijn de werkinstructie en het volledige onderzoek te downloaden:

  • werkinstructie gebruik bosmaaier
  • onderzoek veilig gebruik bosmaaier

Legionellapreventie

In de Tijdelijke Regeling Legionellapreventie waren de meeste volkstuincomplexen

verplicht tot de risicoanalyse en beheersplanning. Legionellapreventie is vervolgens

opgenomen in het Waterleidingbesluit, waarin volkstuinen niet meer automatisch

genoemd worden als zijnde verplicht tot de bovengenoemde maatregelen. Langs andere weg, bijvoorbeeld in de huurovereenkomst met de gemeente, kan dan wel weer een verplichting gelden. Hoe dan ook blijft de zorgplicht voor leden en vrijwilligers bestaan voor het leveren van veilig leidingwater. Daarvoor moeten ook maatregelen getroffen worden, de beheerder mag dan bepalen welke, zolang het water maar veilig is en blijft.

 

Het is verstandig om een vakman/erkend installateur vast te laten stellen aan welke technische verplichtingen de waterleidinginstallatie moet voldoen. Daaruit wordt ook duidelijk of er periodieke maatregelen genomen moeten worden (bijvoorbeeld doorspoelen), of er watermonsters getest moeten worden en of een logboek bijgehouden moet worden.

Regels omtrent speelwerktuigen

Het openbare karakter (recreatief medegebruik) van een tuinenpark zorgt ervoor dat mensen van buitenaf het park bezoeken en vanzelfsprekend zullen kinderen/bezoekers van buitenaf graag gebruik maken van voorzieningen op het park. Het risico op letselschade is gedekt middels de aansprakelijkheidsverzekering die door het AVVN voor alle aangesloten verenigingen is afgesloten. Er wordt van de vereniging wel verwacht en gevraagd dat er wordt gelet op veiligheidsaspecten en -maatregelen.

 

Dat vloeit voort uit het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS). Vooral van belang zijn de verplichtingen ten aanzien van de beheerder. Er zijn geen specifieke regels voor tuinverenigingen, maar wel voor beheerders. Omdat de speeltuin zich niet bevindt in het privédomein maar in de (semi)openbare ruimte is de vereniging beheerder en gelden er verplichtingen en regels voor het bestuur:

  • Zijn de speeltoestellen al voor 26 maart 1997 in gebruik, dan hoeven ze niet gecertificeerd te zijn. Je moet dan wel er zorg voor dragen dat het speeltoestel veilig is.

  • Zijn de speeltoestellen na 26 maart 1997 in gebruik genomen, dan moeten ze gecertificeerd zijn. De leverancier moet een dergelijk certificaat overhandigen of overhandigd hebben.

  • De speeltoestellen moeten deugdelijk gemonteerd en veilig geïnstalleerd zijn. Er moet een goede valdempende ondergrond zijn.

  • De speeltoestellen moeten periodiek preventief onderhouden worden. Vanzelfsprekend moeten reparaties tijdig en goed uitgevoerd worden.

  • De beheerder moet zelf regelmatig inspecties uitoefenen of dit uitbesteden.

  • Er moet per speeltoestel een logboek worden bijgehouden, waarin opgenomen onder meer de inspecties, onderhoud en reparaties. Als het goed is wordt een logboek bij het speeltoestel geleverd. Anders moet er een aangemaakt worden.

 

Wat een vereniging verder kan doen is bij de gemeente navragen of er bepaalde speelregels gelden die door de gemeente gebruikt worden (op borden) bij speeltuinen of in openbare parken. Het kan nooit kwaad om bezoekers daar extra op te attenderen. De verzekeraar verwacht geen fulltime toezicht vanuit de vereniging bij openbare sport- en spelvoorzieningen, aangezien dat primair valt onder de verantwoordelijkheid van ouders/begeleiders van kinderen en permanent toezicht van de vereniging niet kan worden verlangd. Voorwaarde is wel dat er geen geld wordt gevraagd voor het gebruik van de genoemde voorzieningen want dan vervalt het openbare karakter en daarmee ook de dekking op de verzekering.

 

Al met al: Als de vereniging zorgt voor een veilige situatie, verkleint dit de kans op een ongeval en op de kans dat de vereniging daarin schuld treft en daarvoor met succes aansprakelijk gesteld wordt.

Overnachten en veiligheid

Als op uw park is toegestaan dat er in het tuinseizoen overnacht wordt op het park, dienen de tuinders wel een aantal wettelijke veiligheidseisen in acht te nemen. Deze zijn onderdeel van onze modelreglementen en kunnen bij het AVVN worden opgevraagd. Het gaat om zowel eisen aan de bouwmaterialen, inrichting en indeling van het huisje, als om eisen aan gas- en gastoestellen en oliekachels. Voldoen aan deze eisen is van levensbelang voor de veiligheid van de individuele tuinder. Bovendien is het bestuur hoofdelijk aansprakelijk wanneer er iets gebeurt en het bestuur te weinig heeft gedaan om de leden te bewegen tot het naleven van deze eisen. U heeft dan niets aan de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering.

 

Mochten tuinders hier laconiek over doen, dan kunt u de brandweer vragen om tijdens uw algemene (leden)vergadering een presentatie te geven over (brand)veiligheid en verstikkingsgevaar.

 

Idealiter is de toestemming voor overnachten vastgelegd in zowel huurcontract als bestemmingsplan.

 

Bewoning is nooit toegestaan op volkstuinparken.